FIETSTERMEN

  • Aan het wiel hangen – Ander het werk laten doen.
  • Afhaken – Je kunt/wilt het tempo niet vol houden.
  • Demarreren – Weggaan (van de groep weg rijden)
  • Dieselen – Snel achter elkaar kop overnemen.
  • Een gat laten vallen – Je kunt de ander niet meer bijhouden of:
    Je wilt de ander niet meer bijhouden om hem te helpen om weg te komen,
    de fietsers achter je moeten jou dan voorbij om het gat op te vullen.
  • Kapot zitten / De man met de hamer tegenkomen – Absoluut geen kracht meer hebben.
  • Kettinglijn – Kettingstand tussen voor en achtertandwielen.
  • Je af laten zakken – Bewust anderen voorbij laten gaan.
  • Onder in de beugel zitten – Het stuur onder in de stuurbocht vasthouden
  • Onder in de beugel gaan – Voluit fietsen
  • Op het kantje zetten – Zo fietsen dat degene achter je niet van windvoordeel kan profiteren.
  • Op kop fietsen – De eerste 1-2 plaatsen, kost veel kracht.
  • Overnemen – Op kop gaan fietsen.
  • Plakken – Achter iemand fietsen, zelf geen werk willen doen.(negatief)
  • Uit de wind fietsen – Achter iemand fietsen (vangt de wind op)
  • Iemand uit de wind zetten – Bewust voor een ander de wind opvangen.
  • Verzet – Verhouding tussen voor en achtertandwielen.
  • Het goede wiel opzoeken – Achter een “sterke” fietser gaan rijden.
  • In de waaier rijden – Met meerderen schuin achter elkaar, waarbij steeds afwisselend het kopwerk wordt gedaan om het tempo hoog te houden.

HOUDING OP DE FIETS

Het is van groot belang, dat de fiets je goed past: niet te klein en niet te groot. De fietshandelaar, maar natuurlijk ook ervaren leden, kunnen  uitstekend adviseren bij de koop van een (nieuwe) racefiets. Tijdens de tochten de handen bij de remgrepen, afhankelijk van conditie en ervaring. Dit is zeker in het begin van belang omdat er dan nog een zekere onrust in de groep is. Ook bij hoog tempo is het belangrijk om snel te kunnen reageren. Pas als de groep goed op elkaar is ingespeeld kun je de handen boven op het stuur leggen.

TEMPO

Hier ligt één van de grootste problemen bij het fietsen in groepsverband. Veel, ook ervaren fietsers zijn niet in staat om met een regelmatig tempo te fietsen, waardoor er onrust in de groep ontstaat! Let maar eens op hoe vaak er een half wiel voor of achter de buurman of buurvrouw gefietst wordt! Er ontstaat dan een ” jojo-gedrag” en de hele rij verschuift een halve meter t.o.v. de andere rij. Houd dus een zo regelmatig mogelijk tempo aan, dit bevordert de rust in de groep!

PLAATS IN DE GROEP

Tijdens tochten fietsen we twee aan twee. Als je pas begint dan denk je misschien dat de beste positie achter in de groep is: fout!

Als in een grote groep de eersten na een scherpe bocht weer snelheid vermeerderen dan zijn de laatsten nog aan het remmen! De ruimte die daardoor tussen de eersten en laatsten ontstaat moet weer opgevuld worden en dat kost extra energie!

De beste posities zitten voorin, zo’n beetje 3e of 4e rij, dit is mede afhankelijk van de voorrijders(-sters). Als er steeds door een vast groepje rijders op kop gefietst wordt dan zullen deze ook helemaal voor in de groep fietsen. Ga dan direct achter hen fietsen en wees niet bang dat anderen dat brutaal vinden; gelukkig is er een goede sfeer in onze vereniging en iedereen heeft er belang bij dat er goed gefietst wordt en de “nieuwelingen” ook mee kunnen komen.

BOCHTEN RIJDEN

Houd zoveel mogelijk dezelfde snelheid aan als je voorligger en probeer zo weinig mogelijk te remmen. Wees niet bang om te vallen. Bedenk dat de snelheid waarmee wedstrijdrijders door bochten gaan veel hoger is dan de snelheid waarmee wij fietsen. Er is dus een ruime marge voordat je band geen contact meer met de weg heeft. Ook hier geldt weer, hoe minder je gedrag afwijkt van de rest van de groep des te rustiger en dus veiliger wordt er gefietst.

WISSELEN VAN PLAATS

Als er gewisseld wordt van de posities op kop dan gaat dit meestal als volgt:

De 2 rijders(-sters) op kop geven elkaar te kennen dat ze willen wisselen, er wordt dan gewacht totdat er een rustig stuk weg is, ze versnellen iets en de linkerrijder(-ster) gaat naar de linkerkant van de weg, de rechterrijder(-ster) gaat zo rechts mogelijk rijden. De anderen fietsen tussen die beiden door en deze sluiten achter weer aan. Vaak is het zo dat een klein groepje meedoet aan het “kopwerk”, in dat geval laten de eersten die niet meedoen aan het kopwerk een “gat vallen” om de afgeloste koprijders(-sters) gelegenheid te geven om vóór hen in te schuiven.

SIGNALEN

  • Stoppen – Arm recht omhoog. (Niet twee tegelijk!)
  • Gevaar op straat – Arm schuin naar beneden en naar achteren.
  • Gat in de weg – GAT !!
  • Grind op de weg – GRIND !!
  • Zand op de weg – ZAND !!
  • Tegenligger – TEGEN of VOOR !!
  • Inhaler – ACHTER !!
  • Paaltjes – PAALTJES !!

Bij het gebruik van je armen om een gevaar aan te geven, is het van groot belang om niet met je arm een zwaaibeweging te maken, omdat je daarmee een slingerbeweging van de fiets veroorzaakt. Dat kan dan weer tot gevolg hebben, dat degene die achter je fietst tegen je aanrijdt! Het middel kan dan erger zijn dan de kwaal!

Bij de meeste signalen kan met dezelfde snelheid worden doorgereden. Doe dit dan ook om onrustig rijgedrag te voorkomen. Kijk niet achterom om te zien of je achterligger veilig langs het gevaar komt: de kans is groot dat jij dan je voorligger raakt!

Als er iemand naast of achter je valt, rem dan niet plotseling maar verminder langzaam snelheid. Je kunt aan die valpartij toch niets meer doen.

WAAIER RIJDEN

Eigenlijk is dit niet toegestaan, omdat je met meer dan twee naast elkaar fietst! Op afgelegen polderweggetjes wordt het bij sterke tegenwind schuin opzij, af en toe toch gedaan. Hierbij moet je blindelings op het rijgedrag van de anderen kunnen vertrouwen anders heb je zo brokken!

Het in waaier rijden werkt als volgt:

de eerste rijder gaat zoveel mogelijk links of rechts rijden (uiteraard afhankelijk uit welke richting de wind komt). De 2e rijder gaat daar dan schuin achter fietsen totdat deze geen of weinig wind meer voelt. De 3e en volgende idem. Bij het wisselen laat de eerste rijder zich zakken, de 2e rijder gaat naar de buitenkant en degene die van kop kwam sluit achter weer aan. Vooral bij het nemen van bochten kunnen problemen ontstaan, denk maar aan de situatie waarbij de eerste rijder de bocht te krap of te ruim neemt, de anderen komen dan ruimte tekort en moeten of remmen of in de berm!

VERZET

Hierover wordt veel gesproken maar vaak ten onrechte. Vaak wordt dit getrokken in een sfeer van prestatie in plaats van rendement. Met welk verzet fiets jij, met 52×15? Dan moet de ander denken dat hij of zij dat ook moet kunnen. ONZIN!! Het gaat niet om het verzet, maar of je het tempo bij kunt houden of niet! Hoe zwaarder het verzet, des te eerder heb je knieproblemen. Wacht zo’n probleem niet af, want later krijg je spijt.

Een redelijk verzet is 52 tanden voor en 18 achter. Even wat cijfers om de samenhang te zien. Een goed getrainde fietser(ster) kan op de vlakke weg fietsen met een trapasomwenteling van 90-100 per minuut. Bij lange klimmen ligt dit beduidend lager! De kunst is nu om een verzet te vinden waarbij het aantal omwentelingen, waarbij je zelf lekker fietst, zo constant mogelijk wordt gehouden.

De minste weerstand en dus ook slijtage heb je als de kettinglijn zo recht mogelijk loopt, zorg er dus voor dat het achtertandwiel dat je het meeste gebruikt ongeveer in het midden van de set tandwielen zit.

GEDRAGSREGELS EN TIPS

  • Draag een valhelm, hoofdzaak!
  • Wees correct tegenover elkaar en andere weggebruikers, in veel gevallen veroorzaken we zelf onnodige irritatie.
  • Schelden helpt nooit! Vriendelijkheid wel!
  • Als we voorrang krijgen waarop we geen “recht” hebben, geef dan even een bedankje, dit geeft de andere weggebruiker een “goed gevoel” en hij of zij zal dit vaker doen.
  • Bedenk dat andere verkeersdeelnemers een fiets associëren met “langzaam” en mede daarom onze snelheid verkeerd inschatten, met alle gevolgen van dien!
  • Als je ziet dat het tempo te hoog ligt voor een van de anderen, neem dan zelf het initiatief door te vragen het tempo te laten zakken, of houd hem of haar uit de wind.